Travelreports

Puerto Viejo de Talamanca

Het was achteraf maar goed dat we het Parque Nacional Cahuita hadden verlaten want het ging alleen maar harder en harder regenen. Een mooi moment om de tijd te doden met een busreisje. Alleen was de reis niet bepaald ver, want we gingen maar een 15 km verder naar het andere Afro-Caribisch dorp genaamd Puerto Viejo de Talamanca.

Hobbelend en slingerd om de gaten in de weg heen kwamen we ook in Puerto Viejo in de regen aan. Ons eerste doel was de Rocking J's. De "author's choice" van de Lonely Planet en "The place to be". Veel belovend dus en het leek met name mij leuk om nog eens een tijdje in een youth hostel te vertoeven in de hoop om leuke gasten van over de hele wereld te ontmoeten. Ik had hier ooit leuke ervaringen mee opgedaan. Alleen het sfeertje in de Rocking J's was niet helemaal wat we zochten. Te massaal en te prijzig voor het gebrek aan privacy wat ze bieden. Niet ons ding. We hebben er wel lekker ontbeten en genoten van de overjarige hippies die hier nog steeds rondstruinen. Ondertussen zochten we in de Lonely Planet een ander onderkomen in Puerto Viejo. Onze keuze viel op Cabinas Jacaranda. En daar zouden we geen spijt van krijgen.

Cabinas Jacaranda wordt beheerd door Vera. Een van oorsprong Canadese dame die haar plekje heeft gevonden in Puerto Viejo en daar met al haar enthousiasme de mensen warm onthaald. De cabinas zijn geweldig. Heel knus opgezet met slingerpaadjes dwars door een prachtige tuin en rondom veel mozaik en kleur. De kamers zijn brandschoon, goed onderhouden en voorzien van muskietennetten.

Ik kan niets anders zeggen dan dat cabinas Jacaranda een absolute aanrader is om te verblijven wanneer je in Puerto Viejo bent. Zeker als je bedenkt dat je 's ochtends maar 150 meter hoeft te lopen naar de buurman voor een ontbijt bij Bread and Chocolate. Heerlijk eten en waarbij ondermeer de huisgemaakte chocolade wordt gebruikt in veel dishes. Vergeet hier vooral de handgemaakte bonbons niet ;-)

Maar ook nu viel er toch wel te klagen hoor. Vooral op mezelf. Want ik had even niet goed de boekjes bestudeerd. Wat ons namelijk opviel was de grote hoeveelheden ogenschijnlijk niet te stoppen regen. In mijn beleving moest de regentijd al voorbij zijn in december. Ik kan u vertellen dat de regentijd in december inderdaad overal in Costa Rica voorbij is, BEHALVE aan de Caribische kust. Oooppssss!! We hadden een week uitgetrokken voor deze omgeving. Foutje bedankt. Maar zo af en toe liet de zon zich toch zien hoor. Dat gaf dan weer ontzettend mooie fotomomenten van een dreigende tropische bui met mooi zonlicht.

Maar er viel ondanks de regen nog best een hoop te doen hoor. Laat ik er nou niet helemaal een depressief verhaal van maken. Er zijn toch zeker een aantal dingen die ik nog wil bespreken.

Op onze eerste avond werden wij in restaurant Café Viejo 'lastig' gevallen door een Amerikaanse straatartiest die naar eigen zeggen in Costa Rica is neergestreken omdat hij als crimineel in de USA werd gezocht. Voor wat er van waar is; hij voerde een grappige goochelact op aan ons tafeltje die hij naderhand ook nog eens aan ons wilde verkopen. Ik zag geen carriére als straatartiest voor me weggelegd dus ik verwees de man door naar een stel een tafeltje verderop. Wellicht zagen zij wat in een toekomst als artiest.

Het bleken Antje en Thomas te zijn. Ze waren afkomstig uit Köln en waren nog niet al te lang in Costa Rica. Met hen hebben we redelijk wat tijd opgetrokken omdat de communicatie erg soepel verliep in het Engels. Naast het Bourgondische leven dat we hebben gedeeld zijn we ondermeer samen naar de botanische tuinen gegaan in Puerto Viejo.

Overigens was de goochelende Amerikaan niet de enige die aan café Viejo voorbij trokken en onze aandacht vroegen in ruil voor wat wisselgeld. Een dorp als Puerto Viejo met al haar hippies en vrijgevochten types levert een scala aan straatartiesten op. Zo kwam zich ook nog een man melden die kunstig deed met vuur. Een uitgelezen kans om wat mooie foto's te maken.

Finca La Isla Botanical Garden

Op het terrein van een verlaten chocolade boerderij heeft men in 1987 een experimentele tuin opgezet op een gebied van 4 hectare groot. Inmiddels is de tuin verworden tot een volwaardige tuin met daarin groeiend een bloeiend de meest bekende plant- en boomsoorten van Costa Rica waaronder specerijen. Voor $5 mag je naar binnen voor een wandeling en achteraf krijg je nog een korte demonstratie en proefsessie van een aantal producten uit de tuin.

Maar het mooiste vond ik toch wel de kikkertjes die je hier kan spotten. Je moet wel een goed oog hebben voor die ontzettend kleine kikkertjes die zich schuil houden onder omgevallen bomen of in andere schuilplaatsen. Hieronder zie je twee kikkertjes, waarbij het leuk is te vermelden dat die beestjes nog geen 2 cm groot zijn.

Yorkin - Bribri indianen

Ik wilde ook dolgraag kennismaken met een inheemse bevolkingsgroep in Costa Rica. We hadden natuurlijk al een beetje rondgekeken in Boruca, maar in Puerto Viejo heb je een organisatie genaamd ATEC. Zij verzorgen cultureel en ecologisch verantwoorde tours in de Costa Rica. Wij lazen over een tour naar een vrouwengemeenschap bij de inheemse Indiaanse Bribri-gemeenschap. Daar zouden we een kijkje kunnen nemen in de gemeenschap van de Bribri indianen en hoe de vrouwen zich daar onderhielden. We hebben deze trip vervolgens geboekt. Leek me helemaal geweldig om diep het Talamanca gebied in te gaan.

De trip er naar toe was al een heel avontuur. Want je komt niet zo maar bij de Bribri's. De gemeenschap die we zouden bezoeken leven aan de grensrivier tussen Costa Rica en Panama. Om hier te komen moesten we wederom het wekkertje heel vroeg zetten om de bus te pakken naar het dorpje Bribri. Daar moesten we overstappen op de bus naar Bambú.

Aangekomen in Bambú bleek het weer niet al te lekker te zijn. Het miezerde al en we werden opgevangen door een gids van de Yorkin gemeenschap. Hij loodste ons naar de 'haven' van Bambú. Nou ja haven. Een stijle glibberige dijk moesten we af om in een uitgehakte boom met een motor erachter te stappen. U weet zeker dat dit object drijft meneer? Waarom is dat reddingsvest verplicht meneer? Weet u meer dan wij?

De tocht naar de Yorkin gemeenschap was in het begin erg mooi. De gids, die de Engelse taal machtig was, vertelde ons dat de Yorkin gemeenschap is vernoemd naar de rivier de Yorkin. Dit is de grensrivier tussen Panama en Costa Rica. Op de heenweg hadden we aan onze linkerhand Panama en aan de rechterhand was het Costa Rica. We voeren over de rivier met aan weerszijden dik oerwoud. Geweldig mooi was het zo lang we er nog van konden genieten. Want we moesten al snel onze poncho's pakken want het begon ineens te regenen. Nou ja regenen. Het begon te plenzen. Op de rivier brak een zware tropische regenbui boven ons uit. Ik kan u melden. Dat is niet fijn. De rest van de tocht zaten we ineen gedoken onder onze poncho.

Na ruim een uur varen kwamen we aan bij de kleine gemeenschap van de Bribri indianen in Yorkin. We legden aan voor het plaatselijke schooltje en we moesten ons vervolgens 20 minuten lang een weg glibberen naar het gemeenschapshuis voor de vrouwen. Want de stortregen had ook zijn effect gehad op de 'weg' naar het gemeenschapshuis. Ik begreep maar weer al te goed waarom iedereen in Suriname en Costa Rica in het oerwoud laarzen droeg. Je schoenen lopen gewoon vol met water en modder onder dit soort omstandigheden. En geloof me, dat is niet echt plezierig.

We werden binnen ontvangen door één van de aanwezige dames. Wat me opviel was dat de gids die de Engelse taal machtig was verdwenen en dat er vanaf dat moment alleen nog maar Spaans werd gepraat. Niet conform de afspraken met ATEC waar we later ook ons beklag over hebben gedaan. Want vanaf nu was alles abacadabra voor ons en wat de vrouw allemaal vertelde over de gemeenschap en cultuur ging volledig langs ons heen. Dat is echt balen want ik kan dus nu weinig melden over hun cultuur.

Het was voor ons nu gewoon alleen maar waarnemen met de ogen en proeven met de tong. Maar ook dat was nog wel aardig hoor. Kort na onze ontvangst met een weinig smaakvol glaasje 'ranja' van een lokale vrucht, bleek het dak lek te zijn. Die werd even haarfijn gerepareerd met een extra stok met daaraan bladeren bevestigd.

Na het ontvangst konden we onze zeiknatte schoenen weer aantrekken en de poncho's meenemen, want we kregen een korte rondleiding rond het gemeenschapshuis. Daar mochten we over een lekkere wiebelbrug lopen naar de overkant van de rivier. De brug was ooit met de nodige subsidie aangelegd. Het moraal van het verhaal was volgens mij dat de gemeenschap hier enorm blij mee was omdat reistijden voor met name schoolgaande kinderen drastisch is afgenomen.

Daarna werden we langs een aantal cacaobomen geleid waar de vrouw uitgebreid over vertelde. Ze haalde ook een vrucht van een boom en opende deze. Ze vroeg ons de cacaobonen uit de vrucht te halen om erop te sabbelen. De bonen zijn namelijk omhuld met een witte substantie wat onverwacht lekker en zoet bleek. Mits je niet de cacaoboon zelf doorbijt zoals Marcella deed. Getuige haar reaktie en gezichtsuitdrukking is dit verre van smakelijk.

Na een korte en uiteraard regenachtige rondleiding konden we weer naar binnen. Daar was inmiddels een lunch voor ons bereid wat bestond uit rijst, banaan, bruine bonen, kippepootje, palmhart en iets groens wat leek op groente. Het gerecht werd mooi opgediend op een bananenblad. Het was met alle liefde bereid in de keuken (dat had ik immers zelf gezien), maar het was werkelijk niet te vreten. Kraak nog smaak zat er aan en een potje zout was in geen velden of wegen te bekken. Maar netjes opgevoed als we zijn bleven we lachen en aten we braaf (bijna) alles op.

Na het eten was het tijd om zelf chocolade te maken. Een jongeman uit de gemeenschap kwam met een grote schaal met cacaobonen die een vijftal dagen hadden liggen gisten en vervolgens zijn gebrand. Het zou nu nog slechts een kwestie zijn van de cacaobonen malen met een grote steen, de losse schilletjes eruit schudden en de brokjes cacaoboon tot pasta vermalen. Dat moesten we zelf natuurlijk ook doen. Doen ze dit nou bij Nutella ook?

Aan het einde van het hele proces werd een gedeelte van de pasta vermengd met koffieroom en hadden we als het ware melkchocolade. En een gedeelte werd gebruikt om warme chocolademelk mee te maken. Erg bijzonder om dit alles in de praktijk te zien. Maar ik blijf een reep chocolade van Milka prefereren. Ik vond dit ietwat TE puur.

Na het chocolade maken was ons korte bezoek aan Yorkin al weer zo goed als over. We hebben nog wat gedronken en ik heb nog een klein handgemaakt kettinkje gekocht voor mijn petekind Sophie. En voordat wij weer vertrokken wilde een nieuwgierig jongetje uit het dorp nog wel even de foto's op mijn camera zien.

Na ons bezoek aan de Bribri indianen in Yorkin was het weer tijd om terug te worden gebracht naar Bambú. Een aantal personen in de groep waarmee we waren gekomen, zijn achtergebleven in het dorp om te overnachten. Hiervoor hebben wij niet gekozen, omdat we ook nog andere plannen hadden. Dat die plannen allemaal in het water vielen wegens de zware tropische buien konden we toen nog niet bevroeden. Gelukkig was de terugreis over de rivier de Yorkin een stuk droger dan de heenreis. Dan is zo'n boottochtje ineens een stuk prettiger. Toen we later in de bus zaten voor onze terugreis van Bambú naar het dorpje Bribri konden we vanuit de bus goed zien hoe hard het had geregend. Soms moesten we met de bus dwars door riviertjes heen die over de weg stroomden. Maar we hebben onze uiteindelijke bestemming weer teruggevonden. We waren weer terug in Puerto Viejo.

In Puerto Viejo zijn we trouwens nog wel even gaan klagen bij het kantoor van ATEC. Dit omdat we de tocht naar Yorkin alleen wilden doen wanneer we een Engels sprekende gids zouden hebben. Dit was ons beloofd, maar hebben we duidelijk niet gekregen. Dus veel van de verhalen over de cultuur van de Bribri ging langs ons heen. Gelukkig was ATEC zo coulant om ons te restitueren.


Hike in het oerwoud tijdens duisternis

Misschien waren ze wel zo gunstig gezind omdat we bij de ATEC nog meer hadden geboekt. Zo hadden we ook een hike geboekt bij duisternis door het oerwoud. Ik had hier goede ervaringen mee in Suriname en ik kon gelukkig Marcella overtuigen dat dit echt mooi was. Nu kan je dat op eigen houtje natuurlijk ook gewoon doen. Maar we zijn niet zo suïcidaal dat we dat zonder gids wilden doen die de omgeving en alle gevaren kent van de flora en fauna om je heen. Kortom ... een nachthike geboekt bij ATEC.

We moesten hiervoor met de bus naar een afgesproken plek ergens tussen Puerto Viejo en Manzanillo. Die avond was het trouwens voor het eerst in deze vakantie dat onze bus vertraging had. Uniek voor Costa Rica. Maar eenmaal uitgestapt bleken we zo waar de enige twee toeristen te zijn voor de hike die avond. Dus we hadden een privé excursie van een tweetal Costaricanen, man en vrouw, met twee moeilijk te onthouden namen. Die heb ik dan ook niet onthouden. Doet verder ook niet terzake. Met zaklampen in de aanslag gingen we op pad in een modderig, snikheet en broeierig oerwoud.

Ook deze avond liet de natuur zich niet regiseren. We hoorden genoeg om ons heen zoals apen, maar we zagen ze helaas niet. We hebben wel een kinkajou gezien die hoog in de boom roerloos zat te kijken naar ons. De kinkajou is een een kleine vruchtenetende beersoort die alleen in Latijns-Amerika voorkomt. Omdat hij vooral 's nachts in de boomtoppen leeft is het dus vrij uniek dat we hem gespot hebben. Omdat dit rolstaartbeertje (zoals hij ook wel wordt genoemd) zo hoog zat en het zo pikkedonker was, konden we het beestje niet fotograferen. En blijkens de weinige foto's die van dit beestje voorhanden zijn op het internet, is het nog maar weinig mensen gelukt. Vandaar dat ik even een duidelijke tekening van wikipedia heb geplukt.

Wel zagen we allerlei opmerkelijke insecten. Dit soort beestjes laten zich tijdens de aardedonkere nacht natuurlijk wel perfect fotograferen. Voor lezers die hier niet tegen kunnen: scroll vooral even verder.

Naast de vele insectensoorten die we tegenkwamen, troffen we ook nog een aantal kikkers en slangen. Eigenlijk hoopten we stiekem die mooie groene kikker te zien met die rooie oogjes of die rode kikker met blauwe achterpootjes (ook wel de Bluejeans genoemd), maar het werden wat andere kikkers. De slang was trouwens een adder van het giftigste soort aldus onze gids. Ik mocht niet te dicht bijkomen met de camera. Gelukkig zat er een zoomfunctie op die camera ;-).

Na een paar uur wandelen en glibberen over modderpaadjes hadden we de bewoonde wereld weer bereikt. Gelukkig zijn we alleen maar gebeten door wat pijnlijke mieren en jeuk veroorzakende muggen. Na afscheid genomen te hebben van onze gidsen zijn we retour gegaan naar Puerto Viejo. Weer een mooie ervaring rijker.


Refugio Nacional de Vida Silvestre Gandoca-Manzanillo

Wat ik eigenlijk in Nederland al wilde doen, was een zogenaamde Canopy tour. In een harnas gehuld langs een kabel door de boomtoppen scheren van het oerwoud. Een bekende plek om dit te doen is het Monteverde regenwoud vlakbij de Arenal vulkaan. Alleen is dit dan weer zo'n bekende toeristische hotspot. Nee ik doe zo'n tour dan liever op een plek waar maar weinig toeristen dat doen.

De plek die ik in gedachten had was het Refugio Nacional de Vida Silvestre Gandoca-Manzanillo. Een hele lange benaming voor een beeldschoon stuk regenwoud op een relatief klein gebied rond Manzanillo. Alleen u raadt het al. Het regende en regende ... of beter gezegd het hoosde. Dus een canopytour kon geen doorgang vinden.

Ook wilden we nog de bijzondere en zeldzame roze Tucuxi zoetwaterdolfijnen en de zeekoeien zien die ook in het gebied rond Manzanillo nog voorkomen. Ook zou het leuk zijn geweest om nog het KeKöldi indianenreservaat te bezoeken. Maar door de harde regens waren we aan ons hangmatje (onder een afdakje) gekluisterd in Cabinas Jacaranda. Alle tours in die richting waren door het slechte weer gecancelled. U begrijpt nu waarom we een week hadden uitgetrokken aan de Caribische kust. We hadden hier achteraf bezien makkelijk een kortere periode van kunnen maken. Als we de boekjes goed hadden gelezen betreffende de regenperiode ;-).


Terug naar Alajuela

Na onze periode aan de Caribische kust moesten we nog een keer een grote busreis maken. We hadden bedacht om in 1 keer naar Alajuela terug te rijden. We hadden daar weer voor twee nachten een kamer gehuurd in villa Pacandé waar we onze reis waren gestart. Dit omdat we zo tevreden waren over de kamers, gastvrijheid en de ligging. Dit keer kregen we een andere kamer aangeboden die eigenlijk bedoeld was voor 4 personen. Zowel Marcella als ik konden een eigen bed kiezen die zo groot was dat je er makkelijk met zijn drieën in kon liggen. Ik lag er in mijn eentje in. Wat een luxe.

Na een heerlijke nachtrust stond er weer een lekker ontbijtje voor ons klaar met vers fruit. We konden ons opmaken voor een laatste dagje in Costa Rica. We hadden deze dag ingepland om naar HET mekka der souvenirs te gaan: Sarchí.


Sarchí

Ik denk dat zo'n beetje elke toerist die naar Costa Rica op vakantie gaat wel in Sarchí komt. Willen de toeristen het zelf niet dan zorgt de commissievangende touroperator wel dat hij 'toevallig' voorbij de grote shops rijdt in Sarchí. Want het kleine dorpje Sarchí is verworden tot een walhalla waar het souvenirs uit Costa Rica betreft. En de ligging is zo gunstig omdat het vlakbij de luchthaven ligt. Ideaal om tegen het einde van de vakantie nog even in te slaan. Zo deden ook wij dat voor het thuisfront. Het was dus tijd om nog een laatste keer een bus pakken in Costa Rica en ons dwars door het golvende landschap met koffievelden te laten brengen naar Sarchí.

Aangekomen in Sarchí bleek al snel dat, zoals was te verwachten, het één grote commerciële bende was. Maar een ideale plek om in grote shops nog net even een fles Café Rica te halen of lekkere gebrande koffiebonen. Al het houtsnijwerk was niet om aan te zien. Strak machinaal fabriekswerk was het allemaal. Wat waren Marcella en ik blij dat we in Boruca een echt handgemaakt masker hadden gekocht.

Wat wel mooi was om te zien, was het beschilderen van ossenkarren in die typische Costaricaanse stijl. Want dat beschilderen van ossenkarren is in Costa Rica verworden tot een nationale trots. Wat voor ons het Delfts Blauw is, is voor Costa Rica de traditioneel beschildere ossenkarren. Overigens beschildert men tegenwoordig niet alleen meer de ossenkarren in die typische stijl, maar worden allerhande voorwerpen, zoals ondermeer dienbladen, voorzien van dat prachtige schilderwerk. Bij één van de souvenirwinkels kun je nog life aanschouwen hoe men heel precieus en geconcentreerd het bijzondere schilderwerk uitvoert.

Nadat we het schilderen hadden gezien, onze tassen vol zaten met drank, chocolade en koffie, was het tijd om als een speer weg te komen uit Sarchí. Want een echt mooi dorpje is het nou ook weer niet. We besloten de bus te pakken om naar het iets verderop gelegen Grecia te gaan. Daar zou volgens de boekjes een opmerkelijke kathedraal te vinden zijn.


Grecia

Op een steenworp afstand van Sarchí ligt het kleine marktstadje Grecia. Het gezellige en levendige stadje werd pas in 1864 gesticht en is bekend om zijn roestige kathedraal die de naam 'Catedral de la Mercedes' draagt. De kathedraal is aan de buitenzijde geheel opgetrokken uit metalen platen wat ook meteen de roestige kleur verklaart. Het bouwmateriaal werd in het jaar 1897 geïmporteerd vanuit Belgie.

Voor de kathedraal is een heerlijk park aangelegd zoals je die in de meeste Costaricaanse steden tegenkomt. Een plek waar de inwoners elkaar ontmoeten en waar het met name in de avonduren heerlijk flaneren is.

In Grecia hebben we nog even lekker geluncht en ondertussen in de Lonely Planet gekeken of er nog meer te doen viel in de omgeving. Want we hadden nog tijd zat over. Ons oog viel toen op 'Las Cataratas de los Chorros'. Twee prachtige watervallen in de richting van Santa Gertrudis aldus de Lonely Planet. We gingen op zoek.


Las Cataratas de los Chorros

We waren de bus zat en we besloten ons te laten afzetten bij de watervallen door een taxi. Na zo'n 5 km rijden kwamen we ergens in de middle of nowhere uit en zei te taxichauffeur dat we er waren. In geen velden of wegen was een waterval te bekennen, maar we stapten toch maar uit.

Uiteindelijk na wat rondgevraagd te hebben in ons steenkolen Spaans bij locals werden we een vaag paadje ingestuurd waar geen bewegwijzering aanwezig was. Na goed een paar honderd meter lopen stond er ineens een geel houten huisje in het bos met daar omheen een hele familie. Een kartonnen bordje vertelde ons dat we inderdaad goed zaten en dat we een toegangsprijs moesten betalen. Nadat we 8 dollar hadden afgetikt mochten we doorlopen. Ineens hoorden we het steeds harder wordende geluid van stromend water. We begaven ons vermoedelijk in de goede richting.

Zowaar bereikten we twee bijzonder mooie watervallen. Prachtig gelegen in het donkere vochtige bos stortte het water zich met donderend geweld in de diepte. Opmerkelijk was de hele serie kleine watervalletjes die uit de rotsen lijken te komen. Wat kan de natuur toch mooie vormen aannemen.

Na ons bezoek aan de Los Chorros watervallen stonden we nog steeds in de middle of nowhere. Wat nu? Hoe komen we weer terug in Alajuela? Er zat niets anders op dan te liften. Duimpje omhoog en een oude rammelende auto stopte voor ons. Achter het stuur een prototype Costaricaan en met het Spaans dat we hadden geleerd in de beginnerscursus en het woordenboekje in de hand konden we de man uitleggen dat we naar het busstation wilden waar de bus zou stoppen naar Alajuela.

Tot onze grote verbazing werden wij helemaal niet naar de bus gebracht. Nee die man wilde ons kosten wat het kost thuis brengen in Alajuela. En dan te bedenken dat die man voor ons omreed en zelf niet in Alajuela moest zijn. Onderweg werden ons nog wat pakken koffie in de handen gedrukt die hij toch in het middenconsole van de auto had liggen. Die koffie moesten we zeker proeven. Het was topkwaliteit uit Costa Rica aldus de man.

Onderweg belde hij voor de zekerheid nog een vriend om te vragen of hij deze twee 'verdwaalde' Hollanders begreep wanneer ze in steenkolen Spaans probeerden uit te leggen waar ze precies moesten zijn in Alajuela. Plots zat ik met een mobiele telefoon met een volstrekt vreemde man te praten. Nee het was werkelijk niet te geloven. Maar die man was echt een voorbeeld van hoe wij de Costaricaan hebben ervaren. In twee woorden: gastvrij en vriendelijk. Midden in het centrum van Alajuela konden we weer uitstappen. Geweldig.

We waren door deze snelle lift ook nog mooi op tijd om bij het laatste daglicht nog even het standbeeld van DE held van Costa Rica, Juan Santamaría, op de foto vast te leggen. Juan Santamaría is in Alajuela geboren en men heeft daarom een standbeeld van hem staan in de stad. Tevens is de nationale luchthaven in Alajuela naar hem vernoemd: Juan Santamaría International airport.

Waarom hij de held is? Wel als ik de boekjes mag geloven was hij trommelaar in het leger en bood hij zich in het jaar 1856 als vrijwilliger aan om gewapend met een brandende torch een in Nicaragua gelegen en zwaar verdedigde fort in brand te steken. In dit fort zou de vijand William Walker zich schuil houden. Deze Amerikaanse meneer Walker vond het destijds nodig om grote delen van Midden Amerika te veroveren waaronder Nicaragua en delen van Costa Rica. Juan Santamaría kwam bij zijn daad tragisch om het leven, maar wordt in Costa Rica nog steeds als nationale held vereerd. Wat nog leuk is om te weten, is dat Costa Rica tegenwoordig geen leger meer heeft. Het land leeft zo vredig dat het zich niet hoeft te verdedigen tegen nieuwe William Walkers.


Afscheid van het groene land

Eigenlijk vraag ik me na 3,5 week in Costa Rica af waarom de nationale vlag eigenlijk niet prominent de kleur groen bevat. Want dat is toch wel de kleur van het land. Groen, groen en nog eens groen. Nee Costa Rica heeft indruk gemaakt. Een land dat heeft ingezien dat het behoud van de natuur belangrijk is en dat je even goed aan de natuur kan verdienen door toeristen naar de bomen te laten kijken in plaats van alle bomen om te kappen. Een hele gezonde en blijvende manier van geld verdienen.

De natuur omringt je in Costa Rica. Het is praktisch overal. Een fantastisch land met vriendelijke inwoners. Ik ben blij dat ik er ben geweest en stap vol mooie herinneringen aan boord van het toestel van Martinair dat me weer terug zou brengen naar Nederland. Terwijl ik in het toestel na een korte nachtrust boven Ierland mijn ogen opendeed werd ik nog getrakteerd op een prachtige zonsopgang boven Europa. Ik bedacht me toen al weer stiekem waar de volgende trip mij zou brengen.